De Paradox op 10000 meter hoogte

Duurzaamheid met een Boardingpass

Daar zit ik dan. Rij 14, stoel C. Terwijl de motoren van deze metalen vogel duizenden liters kerosine verbranden om mij naar mijn vakantiebestemming te brengen, probeer ik krampachtig mijn herbruikbare bamboe rietje in mijn handbagage te negeren.
De ironie is bijna tastbaar. Ik ben die persoon die trouw plastic scheidt tot op het kleinste flintertje, die zijn cappuccino met havermelk drinkt en die liever drie kilometer door de regen fietst dan de auto pakt. En toch… toch zit ik hier, hangend in de lucht, verantwoordelijk voor een CO2-voetafdruk waar een gemiddeld bos een decennium over doet om weg te ademen.

Het is de ultieme morele spagaat van de moderne mens. We willen de wereld redden, maar we willen hem ook heel graag zien. We strijden tegen de opwarming van de aarde, maar boeken wel die ‘last minute’ omdat we de vitamine D zo hard nodig hebben. Het voelt als een sportschoolabonnement afsluiten en vervolgens met de roltrap naar boven gaan.
En toen gebeurde het. Het moment dat de contradictie bijna komisch werd.

Een armbandje van hoop (en schuldgevoel)
Terwijl de stewardess langskwam met kleine, in plastic verpakte koekjes, bladerde ik door het onboard magazine. Mijn oog viel op een paginagrote advertentie voor een hip lifestylemerk.
“Save the seas, ware a net!” schreeuwde de kop.
Het artikel ging over een prachtig initiatief: een bedrijf dat oude, achtergelaten visnetten uit de oceaan vist en deze transformeert tot modieuze armbandjes. “Ghost nets” zijn een enorm probleem voor het onderwaterleven, en deze ondernemers maken er iets circulairs van. Geweldig, toch?
Ik betrapte mezelf erop dat ik dacht: “Wat een goed idee, misschien moet ik er een bestellen om mijn steentje bij te dragen.”

De absurditeit
Op dat moment drong de absurditeit pas echt tot me door. Ik overwoog om een armbandje van gerecycled afval te kopen om de planeet te helpen, terwijl ik op dat exacte moment met 900 kilometer per uur een gat in de ozonlaag aan het turen was.
Het is de perfecte metafoor voor onze huidige tijd: we vissen netten uit de zee om schildpadden te redden, maar we vliegen massaal over diezelfde zee heen, wat op de lange termijn diezelfde schildpadden bedreigt.

Het voelt alsof je een brand probeert te blussen met een waterpistool, terwijl je ondertussen met je andere hand benzine op het vuur gooit.

Betekent dit dat we allemaal moeten stoppen met proberen? Absoluut niet. De wereld is niet zwart-wit. Je kunt een goed mens zijn én af en toe een foute keuze maken. Maar het herinnert me er wel aan dat “goed doen” soms meer marketing is dan we willen toegeven.
Misschien koop ik dat armbandje wel. Niet om mijn vlucht te compenseren — want laten we eerlijk zijn, dat doet een stukje gerecycled nylon niet — maar als een herinnering aan de paradox waarin ik leef. Een herinnering dat ik de volgende keer misschien toch de trein naar Berlijn pak in plaats van het vliegtuig naar Gran Canaria.
Voor nu klap ik mijn tafeltje in, negeer ik het plastic bekertje water en droom ik van een wereld waar we over de oceanen vliegen zonder ze te schaden. Ik druk op het belletje naast het verlichtingsknopje. Een vrolijke stewardess komt mijn kant op en niet veel later heb ik het bewust armbandje om mijn pols.

Vlieg jij nog wel eens met een bezwaard gemoed, of heb je de vliegschaamte inmiddels volledig omarmd (of juist losgelaten)?